Uw commentaar ...

Namen van 2 schepen gebouwd door Arent van Linge te Veendam

Arent van Linge zette in 1826 de, door zijn familie opgerichte, handelsmaatschappij om in een NV en begon vanuit een woning aan het Beneden Oosterdiep in Veendam zijn handelsactiviteiten. Die omvatten handel in o.a. steenkolen, hout en ijzerwaren.
Door de leveringen aan de scheepsbouw, waar veel met leverancierskrediet gewerkt werd, raakte Arent bij deze bedrijfstak betrokken. Hij liet zijn tweede zoon Evert in de leer gaan bij scheepsbouwer L. De Wijk in Pekela.
Arent besloot dat hij voor zijn zoon een eigen werf moest zoeken en hij kocht een boerderij met schuren aan het Beneden Oosterdiep. De boerderij werd gesloopt en een van de schuren werd ingericht als pikschuuur.
Evert begon in 1857 met de bouw van de eerste twee schoeners. Eiken kromhout kocht hij in Papenburg. Hij liet het hout zagen bij de houtzaagmolen "Zeevaart" van Roelf Jans Giezen, de burgemeester van Muntendam.
Na 1870 liep de scheepsbouw in de Veenkoloniën hard terug. De opkomst van ijzeren schepen met afmetingen die te groot waren voor de Groningse kanalen waren er de oorzaak van dat de activiteiten op de werf werden beëindigd.
Bron: A. Van Linge Veendam 1826-1951 Dr. C. Mensch; auteur:Jan Nico Wilkens
1865Geerdina Afina (Schoenerbrik)
1869Henriëtte (Schoener, 2-mast)