Aldert Potjer

Geboren: 02-01-1859 te Groningen
Overleden: 22-02-1911 te Groningen
Vader: Ailderd (Ailderds) Potjer
Moeder: Geertruide Jacobs Ulrichs
Gehuwd met: Johanna Paulina Wassingh (Amsterdam, 1887)
Broers, tevens kapitein:
       Andries Potjer
       Hendrik Jacob Potjer


Aldert besloot ook naar zee te gaan en koos ervoor om niet naar de Maritieme School (Minerva) in Groningen te gaan, maar naar de Kweekschool van de Zeevaart in Amsterdam waar hij op de 15 e inschreef . van september 1873 na te zijn toegelaten tot de inschrijving op 2 augustus, slechts 14 jaar oud.
Op 15 april 1874 wordt ontslagen uit de Academie wegens wanordelijk gedrag. Dat is een beetje moeilijk te begrijpen, aangezien zijn schoolresultaten een 8 (van de 10 cijfers) laten zien voor goed gedrag.
In 1879 Treedt hij in dienst bij de HAL als derde officier.
In 1885 wordt hij bevorderd tot kapitein.
In 1888 verhuist hij naar Amsterdam.
Op 09 september 1889 komt hij aan in New York met aan boord van de Maasdam acht bemanningsleden aan boord van de Britse bark Brimiga (Captain Geitzler). Het zeilschip is 200 mijl ten oosten van Halifax (Can) gespot zonder de meeste van zijn masten, dekopbouw en met 7 voet water in het ruim. Vanuit de Maasdam werd een boot neergelaten en naar de bark gestuurd om te kijken of er hulp nodig was. Drie gewonde matrozen werden overgenomen en er werd een 2e run gemaakt met proviand. Bij aankomst gaven nog vijf bemanningsleden aan dat ze wilden worden afgevoerd. Daarna bleven de kapitein en drie vrijwilligers achter op het met water doordrenkte schip. Volgens de experts kregen ze weinig kans om te overleven.

Vervolgens, zoals gebruikelijk voor die tijd, beleefde hij zijn aantal miss-avonturen met kapotte schepen omdat de stoomschepen nog niet zo betrouwbaar waren als na 1900 en omdat een enkele schroef betekende dat als er iets misging met de machine, er ook alleen de zeiloptie of hopen op slepen.
Zo kwam Zaandam op 16 september 1893 in een zware storm terecht die zoveel druk op de motor veroorzaakte dat de krukas brak. Geen stoomkracht meer, maar met zeil wist de kapitein het schip op de reguliere stoombootroute te houden om waarnemingen mogelijk te maken. Eerst kwam de Engelse stoomboot Winchester opdagen, maar was te zwak om te slepen. Op 17 september werd ze gesignaleerd door de P. Caland en vanwege het gunstige weer werd besloten het getroffen schip naar Plymouth te slepen.
In mei 1895 werd aangekondigd dat Potjer met de Maasdam de eerste 'excursie' of cruise van het bedrijf zou maken naar de opening van de Nord–Ost See Kanal, nu algemeen bekend als de Kieler Kanal. De boekingen waren zo goed (tot 170 tegen die tijd) dat het bedrijf op zoek was naar twee schepen. Uiteindelijk werd één groter schip geselecteerd, het ss Rotterdam, en Commodore Bonjer werd aangesteld om het te leiden.

Een bijzonder incident vond plaats in het najaar van 1895 toen een kok stierf terwijl de ss Maasdam in New York was. De Sr Cook was erg ongelukkig over hoe de patiënt tijdens de medische zorg was behandeld en bracht de zaak voor de Raad van Discipline voor Koopvaardijschepen. Kapitein Potjer werd door de Raad gehoord en hij vertelde dat hij zijn ondergeschikten voldoende sterke bevelen had gegeven en dat de scheepsarts de patiënt had behandeld zoals had moeten gebeuren. Er werden talloze opmerkingen gemaakt over het feit dat de kapitein nooit navraag had gedaan naar de gezondheid van de patiënt. Toen hem uiteindelijk werd gevraagd wat voor soort indruk hij voor zichzelf had gemaakt, toen werd gemeld dat de patiënt 'rusteloos' was en hij beval de deur (van de afdeling) te sluiten, was het antwoord: 'helemaal geen indruk, Ik heb niet zoveel fantasie en ik ben geen dokter.
Een maand later publiceerde het bestuur zijn oordeel:
De gezagvoerder heeft niet volledig zijn gezond verstand gebruikt en heeft niet voldoende zorg verleend zoals vereist onder de Nederlandse scheepsbemanningsregels. Maar omdat de kapitein dacht dat hij genoeg had gedaan, was er geen reden voor strafmaatregelen.

In 1898 maakte Aldert zijn 100ste overtocht over de oceaan.

Met de ss Potsdam redt hij op 15 juni 1902 elf bemanningsleden van de Noorse zeilboot "Briskop Brun". De redding is gerealiseerd door, in zware zee, een boot onder het bevel van eerste officier Metz te laten zakken en vervolgens naar het met water doordrenkte schip te roeien.
Op 12 september 1902 worden kapitein Potjer en het roeiteam geëerd voor het redden van deze bemanning. De uitreiking van de medailles is gedaan door kapitein T.Michols namens het Benevolent Lifesaving Station van New York.

In 1903 wodt Aldert havenmeester in Groningen.



Bronnen:
    - https://www.captainalbert.com/
    - www.wiewaswie.nl
    - https://www.allegroningers.nl/



Bron: https://www.captainalbert.com/