Home
Home

Zoek een persoon
Personen

Zoek een schip
Schepen

Overzichten

Contact

Bronnen

Maten

Retour
Het schip
Maria Anna (1849)
 
Meer informatie over dit schip
Amsterdam 27 december.
Volgens brief van Pillau van 24 dezer, was den vorigen avond bij hevigen storm uit het N. W. het ijs aan het drijven geraakt, en daardoor onderscheidene schepen en ligters verongelukt, waarvan het volk zich op de overige schepen heeft gered. De Ned. schepen Redite, kapit. Hoveling, en Maria Anna, kapit. Duit, hadden meer of minder schade bekomen.
Rotterdamsche Courant, 30-12-1854

Pillau, 20 Maart.
De schepen Fides, kapt. Walker, Redite, Hoveling, Elise, Kroog en Maria Anna, Duit, alhier binnengebragt (zie onze. nommers van 25 en 26 dezer) hebben allen eenige schaden in het ijs bekomen, die zij hier zullen repareren; de drie eerst genoemden moeten gedeeltelijk, de Maria Anna geheel lossen om dat te bewerkstelligen.
Rotterdamsche Courant, 01-04-1855

Het schip Maria Anna, gevoerd geweest door kapt. Duit, van Londen naar Izmir bestemd, in zinkenden staat verlaten, is door het stoomschip Ericsson, te Southampton binnengebragt. De ekwipage was op het stoomschip overgegaan.
Algemeen Handelsblad, 18-02-1856

De Shipping and Mercantile Gazette deelt omtrent dit ongeluk heden de volgende bijzonderheden mede:
Southampton, 14 Februarij.
De Amerikaansche stoomboot Ericson, kapt. Lowber, van New York komende, arriveerde hier heden morgen, op sleeptouw hebbende de Nederlandsche kof Maria Anna, kapt. Duit. Men ontmoette dit schip den 11den dezer in ontredderden staat, drijvende op 49° 34' N.Br. en 8° 57' W.L. Toen men het praaide, verzocht kapt. Duit, dat men hem en zijne equipage van het schip, hetwelk eenige dagen vroeger in een hevigen storm masteloos en lek was geworden, zoude afnemen. Aan dit verlangen werd voldaan en spoedig waren allen, met een gedeelte hunner goederen, door de booten van de Ericson op dat schip overgebragt. Kapt. Lowber zond alsnu zijn stuurman en timmerman aan boord van de Maria Anna, om het schip, dat volgens rapport van kapt. Duit lek was, te laten zinken en zulks om reden het in den weg lag van schepen, die naar het Engelsche kanaal bestemd waren. Nadat echter deze den toestand van het schip onderzocht hadden, bevonden zij dat het schip digt en slechts zeven duim water in het ruim was.
Aangezien het nu mogelijk scheen, om schip en lading te redden, besloot men het op sleeptouw te nemen, en werden de 2de stuurman en vier man der equigage van de Ericson, op de kof aan boord gezet.
Met de grootste moeite (ten gevolge van slecht weder, en het herhaaldelijk breken der sleeptouwen), heeft men de Maria Anna tot in het Southamptons dok gesleept, en alzoo schip en lading behouden. De Maria Anna was van Londen met eene lading sterke dranken, wijn, ankers, kabels en andere koopmansgoederen ter gezamenlijke waarde van ca. £ 15.000, naar Izmir bestemd.
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 18-02-1856

Rotterdam, 18 Junij. Het Ned. schip Maria Anna, kapt. Ruster (voor Duyt) van Londen naar Izmir, hetwelk, als vroeger gemeld met schade te Southampton is binnengeloopen, heeft den 15den Julij na volbragte reparatien de reis voortgezet.
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 20-07-1856

Londen, 17 Julij.
Door het admiraliteitshof alhier, is aan het stoomschip Ericson £ 1000 bergloon toegekend voor het binnenslepen te Southampton van het kofschip Maria Anna, kapt. Duit, van Londen naar Piraeus, dat door de Ericson den 11den Februarij op 49° 34' N.Br. en 8° 57' W.L. masteloos ontmoet is. Deze £ 1000 zijn aldus verdeeld: £ 400 aan den eigenaar, £ 200 aan den kapitein en £ 400 aan de equipage.
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 20-07-1856

Amsterdam, 12 Maart.
Aangaande het Nederl. schip Maria Anna, kapt. K.R. Zeven, den 21sten September van Drammen naar Emden vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.
De Tijd, 14-03-1876