Home


Personen


Schepen

Overzichten

Contact

Bronnen

Maten

Retour
Het schip
Doelwijk (1850)
 
Meer informatie over dit schip
Uit eene goede bron ontvangen wij de volgende belangrijke mededeeling, waarin wij, als zijnde een authentiek stuk, geene verandering hebben gebragt: » Extract uit de zeeverklaring van den gezagvoerder en equipage van het verongelukte schip Doelwijk, gepasseerd te Batavia den 9den Junij 1854.
"Dat na het verlaten van Port Jackson zij gedurende eenige dagen veel tegenspoed ondervonden, en eerst den 19 April op 22° 20' Zbr. en 125° 50' Ol.[Locatie is onnauwkeurig, vasteland Australië] waren gevorderd, de koers bepalende om ten oosten van het Wreckrif en ten westen van het Kenn Reefs door te zeilen. Dit plan werd echter door zware donderbuijen uit het Noorden verijdeld. Den 20 April op 21° 40' Zbr. en 156° 14' Ol. volgens chronometer, zagen zij het schip Hester weder, hetwelk den vorigen nacht uit het gezigt was geraakt, en stevenden beiden toen over de Noord-Westelijken boeg, na overeengekomen te zijn ten 8 uur om de Oost te wenden om gedurende den nacht, indien de wind een gunstige wending mogt nemen, te koersen. Tegen het vallen van den volgenden avond waren beide schepen nog bij elkander en bleek het bij vergelijking, de geobserveerde chronometer-lengte der Hester en Doelwijk, 156° oost was. Ten acht ure 's avonds was de gegiste breedte 21° 12' Zuid en O.L. 155° 28', en rigtten daarop den koers Noord-West half Noord. Terwijl men hiermede bezig was werd men in het duister (zijnde het dien avond zeer donker) eene stroombranding vooruit en in de onmiddellijke nabijheid van het schip gewaar, door de windstreek in de onmogelijkheid verkeerende om het gevaar te ontwijken.
Bijna op hetzelfde oogenblik stootte het schip allerhevigst, en werden zij weldra door het aanhoudend vreesselijk stooten en het gezigt der rotsen en branding overtuigd, zij in een zeer gevaarlijken toestand geraakt waren, en dat naar alle waarschijnlijkheid tegen den zuidelijken kant van het Kenn Reefs, waarvan op de kaart Direction op 21° 9' ZBr. en 150° 46' OL., het midden werd aangeduid gelegen te zijn en volgens de lengte der chronometers van beide schepen, met elkander overeenkomende, op meer dan vier duitsche mijlen ten westen gepasseerd moest worden, ingevolge gestuurde koers. Ten slotte dient hier nog te worden vermeld, dat in den nacht dien men op het rif heeft doorgebragt, eenigen der onzen vermeenen uit eene boot te hebben hooren roepen: "Is er nog volk aan boord!" hetwelk niet anders als uit de boot of booten van de Hester kan zijn geweest, welke buiten de Doelwijk en de branding om voeren. Alhoewel zulks beproefd werd, konden zij tegen den wind zich niet doen hooren. De volgende morgen werd niets meer aan boord der Hester gezien, zoodat de equipage dien bodem ook verlaten had. Dit schip zat in een voordeeliger positie dan de Doelwijk, om booten buiten boord te kunnen zetten, als liggende met de kop op het rif, terwijl zij er langs lagen. De Hester had een groote sterke barkas aan boord, met het benoodigde zeiltuig."
Nieuwe Rotterdamsche courant, 16-08-1854