Home


Personen


Schepen

Overzichten

Contact

Bronnen

Maten

Retour
Het schip
Sara Elisabeth (1853)
Gerberdina & Jeannette Emilie (1864)
Alida (1872)
Johanna (1881)
 
Meer informatie over dit schip
Het schip Sara Elisabeth, W.F. Kuyper, van New York alhier in het Westerdok aangekomen, is in het Groot Noord-Holl. Kanaal, door eene stoomboot opgesleept wordende, in aanvaring geweest met het schip Clio, kapt. F. G. Warkmeister, en heeft daardoor zeer belangrijke schade aan den boeg bekomen.
Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad, 15-11-1862



Lemvig, 22 Oct.
Het grootste gedeelte der lading van het alhier gestrande Ned. schip Johanna, kapt. C. G. P. Rottinghuis, van Riga naar Delfzijl, zal vermoedelijk geborgen kunnen worden.
Het nieuws van den dag: kleine courant, 29-10-1883

Rotterdam, 26 October
JOHANNA, kapt. Rottinghuis, den 20sten Oct. door N.W. storm te Lemvig verongelukt, sloeg bij de stranding onmiddellijk aan stukken. Het grootste deel der lading kan geborgen worden.
Rotterdamsch nieuwsblad 29-10-1883

Johanna. ( Delfzijl, 29 Oct.)
Een der geredde schepelingen van het verongelukte schip Johanna, kapt. Rottinghuis, meldt aangaande deze ramp nog de volgende bijzonderheden:
Nadat wij van Riga in zee waren gegaan met bestemming herwaarts, bevonden wij ons op 18 dezer, des avonds pl. m. 8 uur, 4 mijlen van de Rithorens, om welken tijd het schip geweldig stootte. Alle manschappen togen onmiddellijk aan de pompen en werd er zonder ophouden gepompt tot Vrijdag morgen 4 uur. Het baatte echter niets, het schip was inmiddels vol water, drijvende op de lading. Toen zette men koers voor den wind; wij kregen te 9 uur dien morgen land in 't gezicht, dat de jutsche kust was, in de onmiddellijke nabijheid van Ringkøbing, met het voornemen daar het schip op strand te zetten. Hier sloeg alles echter stuk. De ankerketting werd over boord gedaan, waar het schip voor bleef liggen tot Zaterdagmorgen 9 uur. Een half uur hierna werd de ketting gekapt, ten einde te beproeven het schip alsnu voor den wind op strand te krijgen, bij welke gelegenheid de kapitein door een stortzee over boord werd geslagen en jammerlijk in de woedende golven zijn jeugdig leven eindigde. Redding was niet mogelijk. Om 10 uur gelukte het den overigen schepelingen, met den stuurman Lutter van Appingedam aan 't hoofd, het schip op strand te zetten, bij welke gelegenheid het achterdeel van het schip wegsloeg, met zich nemende al de schepelingen, zes in getal, die allen met zwemmen den wal moesten bereiken. Vijf der schepelingen gelukte zulks; doch de stuurman, waarschijnlijk door kramp bevangen, zonk in de diepte weg. De schepelingen zijn toen door den strandvoogd in zijne woning opgenomen en daar liefderijk verzorgd, voor welke menschlievendheid genoemden strandvoogd een woord van dank wordt gebracht. Een van de geredde schepelingen is nog te Ringkøbing moeten blijven, ten einde de zorgen voor hetgeen van het schip en de lading nog te bergen zal zijn.
Algemeen Handelsblad, 01-11-1883