Home
Home

Zoek een persoon
Personen

Zoek een schip
Schepen

Overzichten

Bronnen
Woordenboek
Woordenboek


Maten

Retour
Het schip
Oostfrisia (1838)
 
Meer informatie over dit schip
PUBLIEKE VERKOOPING OP HET EILAND Texel.
Ten overstaan van den te Texel residerenden Notaris JOHANNES LUDOVICUS KIKKERT en Ambtgenoot, zal op Vrijdag den 17den December des avonds ten 7 ure in het Logement de Zeven Provintien aan het oude Schild aldaar, Publiek worden verkocht: Het bijna zoo goed als nieuw Hanoversche Kofschip OOSTFRISIA, groot circa 60 Lasten; ongeveer 4 jaren oud; met deszelfs Masten, Boegspriet, Koperen Pompen, eenige Rondhonten als anderzins: zoo als hetzelve Schip in de Haven van Texel is liggende. Nadere informatiƫn zijn deswege te bekomen onder gefrankeerde brieven bij bovengemelden Notaris.
Algemeen Handelsblad, 13-12-1841

Cuxhaven den 6 dezer.
De schooner-kof Ostfrisia, kapitein P. P. Meijer, met spoorstaven v. Amsterdam naar Hamburg, is heden lek in de haven gekomen; de gezagvoerder heeft het schip op de bank gezet, ten einde zoo mogelijk het lek te ontdekken
Rotterdamsche Courant, 13-02-1845

Kronstadt den 24 november.
Het schip Oostfrisia, kapit. L. J. Boon, van St. Petersburg naar Hull bestemd, is heden wegens tegenwind alhier uit zee teruggekomen
Rotterdamsche Courant, 09-12-1847

Kronstadt den 21 december.
De den 16 dezer afgezeilde schepen Oostfrisia, kapitein L. J. Boon, en Eensgezindheid, G. N. van Duinen, zijn den 18den en 19den wegens ijs en tegenwind teruggekomen en in de haven gehaald. Het vaarwater is hier bijna overal met ijs bedekt, en voor de hier liggende schepen bestaat geen uitzigt om in zee te komen. Tusschen hier en Oranjeboom wordt het ijs door voetgangers gepasseerd.
Rotterdamsche courant 04-01-1848

De schepen Christina Maria, kapt. Stuveling en Jantina, kapt Bakker beide van Riga naar Holland, en Ostfrisia, kapt. Meijer, van Memel naar Rotterdam, zijn, volgens brief van Christiansand van 8 dezer, aldaar binnengeloopen, de beide eerste wegens tegenwind en het laatste lek en met schade aan zeilen en tuigaadje, moet lossen.
Algemeen Handelsblad, 25-12-1848

Warffum, 12 October.
Op den 9den dezer is in de schilgronden, bewesten het eiland Rottumeroog, gestrand het kofschip Oostfriesia, gevoerd door kapitein M.F. Munning, van Veendam, geladen met steenkolen, komende van Newcastle en bestemd naar Rendsburg. De equipagie, bestaande uit 4 man, is met levensgevaar door den voogd van genoemd eiland gered en alhier aan wal gebragt. De kapitein verhaalde ons dienaangaande, dat, terwijl het schip met vreesselijk geweld door de golven over de gronden werd gezweept, het op eens dermate aan den grond stootte, dat de geheele kiel bijna in eens van onder het vaartuig wegsloeg en dit dus onmiddellijk zou gezonken zijn, indien het op diepte geraakt ware. De equipagie verkeerde nogtans in het grootste levensgevaar; doch nu ook zag men in de verte den voogd van Rottumeroog met zijn sterk gebouwd vaartuig opdagen, aan wien het met de grootste inspanning gelukte, den wrakken bodem te naderen en in aller ijl hen allen op zijn vaartuig over te nemen, waarbij men zich derwijze moest haasten, dat de kapitein bijna al zijne kleedingstukken in het wrak moest achterlaten. Thans is het schip, waarvan later nog de tuigagie is geborgen, bijna geheel verbrijzeld. Van de lading is niets gered.
Nederlandsche Staatscourant, 18-10-1849